Spring naar inhoud

Materiële duurzaamheidsthema's

9.1 Klimaatverandering

9.1 Klimaatverandering

Uit onze dubbele materialiteitsanalyse blijkt dat het duurzaamheidsthema klimaatverandering een materiële negatieve impact, een materieel risico en een materiële kans met zich meebrengt. Dit zijn:

  • Gevolgen voor mens en milieu door CO2-emissies.
  • Transitierisico door hoge investeringen in onzekere tijden.
  • Kans door extreme weersomstandigheden.

9.1.1 CO₂-emissies

Beschrijving van de impact

Onze activiteiten hebben een negatieve impact op het milieu. Dit komt doordat wij COuitstoten. Onze CO2-emissie draagt bij aan de opwarming van de aarde. En daar ondervindt de natuur en de mensheid de gevolgen van. Deze impact is moeilijk te herstellen.

Veruit de grootste CO₂ impact komt van productie en gebruik van bedrijfsmaterieel. Dit zijn onder andere vrachtwagens, bestelwagens, graafmachines, trilplaten, et cetera. Dit bedrijfsmaterieel zetten wij dagelijks in voor inspectie, reiniging, renovatie, vernieuwen en storingsdiensten en het inzamelen van olie-water-slib en vet-water-slib. Welk middel wij inzetten en wat voor brandstof wij gebruiken, bepaalt voor het overgrote deel hoeveel CO2-emissies onze activiteiten veroorzaken.

Daarnaast verbruiken wij energie voor het verwarmen en verlichten van kantoren en werkplaatsen, voor onze waterzuiveringsinstallaties en om ICT-apparatuur te laten draaien.

Ook kopen wij producten in die wij gebruiken in onze dienstverlening. Denk aan PVC-leidingen, apparatuur, gereedschap en werkkleding. En onze medewerkers reizen van en naar onze vestigingen. Zowel productie en transport van deze producten als het woon-werkverkeer leiden tot CO₂-emissies in onze waardeketen.

Beleid en gestelde doelen

Wij pakken onze verantwoordelijkheid om onze negatieve impact op het klimaat terug te dringen. Dit sluit aan bij onze ambitie: het bedrijf in goede staat overdragen aan de volgende generatie in een duurzamere wereld dan die van vandaag.

Ons beleid om onze CO2-emissie terug te dringen is uitgewerkt in een Energie Management Actieplan. Ten eerste richten wij ons op het verduurzamen van bestaande dienstverlening binnen onze eigen bedrijfsvoering. Aandachtsgebieden zijn enerzijds vastgoed en afvalwaterzuiveringsinstallaties en anderzijds onze logistieke bewegingen. Ten tweede richten wij ons op het verbreden van onze dienstverlening. Onze ambitie is om circulaire oplossingen te bieden voor (afval)water en zo ook een bijdrage te leveren aan de reductie van CO2-emissie bij onze klanten.

Uit de ketenanalyse van 2023 met betrekking tot CO2-emissies die samenhangen met de producten die wij gebruiken in onze dienstverlening, kwam naar voren dat de grootste impact zit in PVC en bedrijfskleding. In 2026 herzien wij deze analyse. Op basis van de uitkomsten van deze analyse bepalen wij in 2026 de aandachtsgebieden die prioriteit krijgen bij het terugdringen van de CO2-emissies in de (upstream)keten.

Doelen

Ons Energie Management Actieplan kent afhankelijkheden die wij niet of slechts ten dele kunnen beïnvloeden. Denk aan de beschikbare netcapaciteit en de technologische ontwikkelingen bij onze leveranciers. Om besluiten te kunnen baseren op realistische scenario’s, kiezen wij daarom voor doelen en een plan van aanpak met een horizon van drie jaar. De doelen die wij hebben gesteld, gaan dan ook over de periode 2026-2028. Dit sluit aan bij ons strategisch beleidsplan.

Wij hebben absolute doelen gesteld om de CO₂-emissies in de eigen bedrijfsvoering te reduceren. Deze doelen hebben met name betrekking op scope 1 van het Green House Gas (GHG) Protocol. Scope 1 omvat alle directe emissie uit eigen activiteiten, zoals het brandstofgebruik van ons wagenpark. Scope 2 omvat de indirecte emissie door ingekochte energie, zoals de CO₂‑emissie die vrijkomt bij de productie van elektriciteit.

Wij hebben nog geen doelen voor Scope 3 van het GHG Protocol. Scope 3 gaat over onze keten en omvat alle indirecte emissie buiten Scope 1 en 2. Voorbeelden zijn de CO2-emissie van ingekochte producten als PVC en materieel, het woon‑werkverkeer van onze medewerkers en activiteiten rondom rioleringsbeheer en (afval)waterverwerking bij onze klanten. Het stellen van doelen voor Scope 3 pakken wij in 2026 op na de analyse van de CO2-emissie in onze keten.

Hieronder staan de absolute doelen voor 2026-2028. Ook vermelden wij de procentuele reductie ten opzichte van ons basisjaar (2022). Dit is het jaar waarin wij gestart zijn met het in kaart brengen en reduceren van onze CO2 footprint.

Doelen 2022 2026 2027 2028
Scope 1        
CO₂-emissies scope 1 (ton CO₂-eq) 6.457 4.705 4.159 3.613
         
Scope 2        
CO₂-emissies scope 2 (market-based*) (ton CO₂-eq) 256 40 40 40
         
Totaal CO₂‑emissies scope 1 + 2 (market-based*) (ton CO₂-eq) 6.712 4.745 4.199 3.653
% reductie t.o.v. basisjaar (2022)   -30% -38% -46%

* De market‑based CO₂‑footprint volgens het GHG-Protocol is de hoeveelheid Scope-2 emissies die wordt berekend op basis van de elektriciteit die wij contractueel hebben ingekocht. De location‑based CO₂‑footprint volgens het GHG‑Protocol is de hoeveelheid Scope‑2 emissies die berekend wordt op basis van de gemiddelde uitstoot van het elektriciteitsnet in het gebied waar de stroom daadwerkelijk wordt verbruikt.

Wij liggen op koers om in 2030 te voldoen aan het Akkoord van Parijs uit 2015 (- 49 % in 2030 ten opzichte van het basisjaar). In 2028 verwachten wij op een reductie van 46 % uit te komen. Een aanvullende reductie van 3 % tot 2030 achten wij realistisch.

Huidige praktijken

Om CO2-emissies te beperken, richten wij ons op meerdere aandachtsgebieden. Op deze gebieden hebben wij in de afgelopen jaren al diverse maatregelen getroffen.

Verduurzaming van vastgoed

In 2024 hebben wij de nieuwbouw gerealiseerd van de kantoorpanden in Buren en Schalkwijk en hebben wij de renovatie en modernisering van het hoofdkantoor in ’s-Hertogenbosch afgerond. Deze panden zijn niet langer aangesloten op het gas. We verwarmen deze panden nu met elektrische warmtepompinstallaties. In Buren en ’s-Hertogenbosch hebben wij daarnaast zonnepanelen aangebracht en zijn de panden uitgerust met een automatisch klimaatsysteem. Ook de panden in Amsterdam en Nijmegen zijn voorzien van zonnepanelen.

Sinds 2024 maken alle vestigingen gebruik van groene stroom. Deze energie is voor 100% opgewekt met behulp van Nederlandse wind. Wij kopen nu geen grijze stroom meer in.

Productie van biogas

Wij hebben in 2019 geïnvesteerd in onze anaerobe afvalwaterzuiveringsinstallatie in Schalkwijk. Met deze installatie produceren wij biogas, waarmee wij vervolgens elektriciteit opwekken voor eigen gebruik. Op dit moment is de biogasproductie onvoldoende en is het voor het verwerkingsproces noodzakelijk om bij te verwarmen met ingekocht propaangas.

Elektrificatie van materieel

Wij investeren in de elektrificatie van het wagenpark. Daarmee reduceren wij onze CO2-emissie (scope 1 van het GHG Protocol). Zo zijn wij voorbereid op de zero-emissie zones in steden.

Wij hebben een wagenpark van 416 voertuigen. Eind 2025 hadden wij 36 elektrische bestelbussen en 84 overige elektrische voertuigen, waaronder 3 elektrische bakfietsen. Daarnaast hebben wij 48 eenheden aan overige elektrisch materieel zoals elektrische hogedrukspuiten en trilplaten.

HVO-brandstof en overige maatregelen ter verduurzaming van logistiek

Wij volgen de ontwikkelingen en innovaties op het gebied van elektrificatie op de voet. Voor onze zwaardere reinigingsvoertuigen is zero-emissie door elektrificatie echter nog een grote uitdaging. Daarom richten wij ons in de tussentijd op het tanken van HVO-brandstof (Hydrotreated Vegetable Oil). Op dit moment levert HVO-brandstof een besparing op van 90% CO₂ ten opzichte van gangbare diesel. In 2023 zijn wij gestart met het tanken van HVO-brandstof voor onze vrachtwagens. Inmiddels tanken al onze vestigingen HVO-brandstof, voor zowel vrachtwagens als bestelbussen.

Elke dag werken we aan een materieelpark die schoner, slimmer en toekomstbestendig is. Door te investeren in elektrisch materieel, van bestelbussen tot pompen en gereedschap, verlagen we onze CO₂ uitstoot aanzienlijk. Daarnaast sturen we actief op het gebruik van HVO-brandstof in plaats van diesel, zodat ook onze bestaande vloot direct schoner draait. Tegelijk verkennen we de mogelijkheden voor een volledig elektrische vrachtwagen met een Van der Velden specifieke opbouw. Zo combineren we duurzaamheid met innovatie en bouwen we stap voor stap aan een emissiearm materieelpark dat klaar is voor de toekomst.

Daarnaast hebben wij aanvullende maatregelen genomen om onze logistieke activiteiten te verduurzamen. Zo werken wij met recycle combi’s (zeven in totaal). Met dit type vrachtwagen hergebruiken wij water om de riolering te reinigen. Dat betekent dat vrachtwagenchauffeurs minder vaak de weg op moeten om elders water bij te tanken. Dat bespaart brandstof en dus CO2-emissies. Ook nemen vrachtwagenchauffeurs jaarlijks deel aan de cursus ‘Het Nieuwe Rijden’. Deze officiële Code 95‑praktijktraining leert onder andere om zuiniger, veiliger en milieuvriendelijker te rijden. En wij attenderen onze medewerkers regelmatig op het rijden met de juiste bandendruk.

ISO 14001 en CO2-Prestatieladder

De maatregelen ter reductie van de CO2-emissies ondersteunen wij met gedegen milieumanagement systemen. Zo zijn wij ISO 14001 gecertificeerd. Ook hanteren wij de methodiek van de CO2-Prestatieladder. Deze methodiek is van Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen (SKAO). De CO2-Prestatieladder helpt om reductiedoelstellingen te ontwikkelen, zorgt dat wij structureel communiceren over ons CO2-beleid en -prestaties en stimuleert deelname aan keten- en sectorinitiatieven op het gebied van CO2-reductie.

In 2024 zijn wij gecertificeerd op CO2-Prestatieladder Niveau 5. Dat houdt in dat ons plan zich richt op emissiereductie in de eigen bedrijfsvoering en in de keten. Deze certificering is gebaseerd op het CO₂-Prestatieladder Handboek versie 3.1. Sinds medio 2025 is Handboek 4.0 van kracht. Eind 2025 hebben wij de beleidskeuze gemaakt de analyse van de CO2-emissie in de (upstream) keten niet te updaten en ons te certificeren voor Niveau 3 (eigen bedrijfsvoering). Wij maken in de eerste helft van 2026 de overstap naar het nieuwe Handboek 4.0. Wij zullen ons dan laten certificeren voor trede 2 (vergelijkbaar met huidig Niveau 5).

Toekomstige initiatieven

Wij onderzoeken mogelijkheden om ons materieel beter te benutten. Onder meer door met slimme routeplanning en nauwe afstemming tussen onze vestigingen een optimale bezettingsgraad te realiseren.

Verder voorzien wij tussen 2030 en 2040 een gecontroleerde introductie van elektrische vrachtwagens via pilots, gecombineerd met een hybride brandstofstrategie en data‑gedreven wagenparkbeheer. Vanaf 2040 verwachten wij volledig over te stappen op zero‑emissie voertuigen, ondersteund door eigen laadinfrastructuur, energieopslag en duurzame energieopwekking. Op verschillende locaties is ter voorbereiding hierop een capaciteitsuitbreiding aangevraagd op het elektriciteitsnetwerk.

Resultaten

Prestatie-indicatoren 2022 2023 2024 2025
Energieverbruik (MWh) 20.756 21.038 20.321 19.166

Ten opzichte van 2022 is ons totale energieverbruik afgenomen met 8%, ondanks de toegenomen vraag naar elektriciteit voor ons wagenpark. Dit komt door de renovatie en vernieuwing van het vastgoed en energiebesparende maatregelen die wij hebben doorgevoerd.

In dezelfde periode zijn onze CO2-emissies afgenomen met 25%. Hieronder een overzicht van de CO2-emissies, uitgesplitst naar scope:

Prestatie-indicatoren 2022 2023 2024 2025
Scope 1        
CO₂-emissies scope 1 (ton CO₂-eq) 6.457 6.365 5.656 4.981
         
Scope 2        
CO₂-emissies scope 2 (location-based*) (ton CO₂-eq) 284 303 301 328
CO₂-emissies scope 2 (market-based*) 256 179 60 40
         
Totaal CO₂‑emissies scope 1+2 (market-based*) (ton CO₂-eq) 6.712 6.544 5.716 5.021
         
Omzet (miljoen euro) 63 69 73 78
Broeikasgasintensiteit : totaal CO₂‑emissies scope 1+2 (market-based*) per miljoen euro aan omzet 107 95 78 64

In 2025 hebben wij 695 ton minder CO2 uitgestoten dan in 2024 (scope 1+2 van het Green House Gas (GHG) Protocol market-based). Dat is een reductie van 12%. De vermindering van CO2-emissies komt vooral van onze vrachtwagens en servicebussen. Wij hebben 191.645 liter minder fossiele diesel getankt (- 12%) en het gebruik van HVO-brandstof is toegenomen met 116.819 liter (+ 63%).

Samenvattend komt over de periode vanaf ons basisjaar 2022 tot en met 2025 de reductie in CO2-emissie door een viertal maatregelen. Dit zijn minder diesel en meer HVO-brandstof tanken, elektrificatie van de personenwagenvloot, vergroening van de ingekochte energie en het gasloos maken van het vastgoed. Onderstaande grafiek laat de bijdrage van deze maatregelen zien aan de reductie in CO2-emissie over de periode 2022-2025. 

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Effectiviteit CO₂ reductiemaatregelen 2022-2025  
Minder diesel en meer HVO-brandstof tanken 73%
Elektrificatie van de personenwagenvloot 13%
Efficiëntie en vergroening van de ingekochte energie 12%
Gasloos maken van het vastgoed 2%

9.1.2 Transitierisico door elektrificatie

Beschrijving van het risico

De inzet van ons rollend materieel bepaalt voor een groot deel de CO2-emissies. Het wagenpark biedt mogelijkheden om te verduurzamen, maar dat brengt in onzekere tijden ook risico’s met zich mee. Het vertragen van elektrificatie kan negatief uitwerken als wij opdrachten niet gegund krijgen of werkzaamheden niet mogen uitvoeren, bijvoorbeeld in milieu-zones van stedelijke gebieden. De wet van de remmende voorsprong geldt echter ook als er wel materieel is, maar onvoldoende elektriciteit om de werkzaamheden uit te voeren. Naast de hoogte en de timing van de benodigde investeringen wordt het risico ook bepaald door onzekerheid over veranderende wet- en regelgeving, stand van de techniek en levertijden van elektrisch materieel. Het risico speelt binnen onze eigen bedrijfsvoering op de korte, middellange en lange termijn. Wij beoordelen dit risico als gemiddeld.

Ons wagenpark verduurzamen is een mooie kans, maar ook een spannende uitdaging. We willen klaar zijn voor strengere milieuzones en nieuwe regels, zonder vast te lopen door beperkte stroomcapaciteit of lange levertijden van materieel. Daarom onderzoeken we samen met partners slimme oplossingen zoals energiehubs en opslag, en letten we scherp op ons eigen energieverbruik. Hoe minder we verbruiken, hoe meer ruimte we creëren. Tot die tijd halen we het maximale uit ons elektrische materieel. Samen houden we Van der Velden in beweging.

Beleid en gestelde doelen

Ons beleid is voldoen aan de milieuzone‑wetgeving. Om zo de toegang tot stedelijke gebieden en de continuïteit van onze dienstverlening zeker te stellen. Dit is wat klanten ook van ons als duurzame partner mogen verwachten.

Daarnaast zorgen wij, door efficiënte inzet van het bestaande wagenpark, dat de noodzaak om extra materieel aan te schaffen, afneemt. Op deze manier beperken wij toekomstige investeringen. Wij hebben het doel gesteld de bezettingsgraad van ons rollend materieel, en dan met name het elektrische materieel, te verhogen naar >78 % - <90 %.

Huidige praktijken en toekomstige initiatieven

Wij onderzoeken mogelijkheden om ons materieel beter te benutten. Onder meer door met slimme routeplanning en nauwe afstemming tussen onze vestigingen een optimale bezettingsgraad te realiseren.

Daar wij voorzien dat het probleem van netcongestie niet op korte of middellange termijn is opgelost, gaan wij verschillende oplossingen onderzoeken. Door energieverbruik slim te managen en samen te werken met (lokaal) betrokken partijen, hebben wij de meeste kans om de problemen aangaande netcongestie te pareren. Vooral energiehubs en opslag zijn kansrijke oplossingen voor de komende jaren. Tegelijkertijd blijven wij gericht op het verlagen van ons energieverbruik: minder verbruik betekent minder druk op het net.

Resultaten

De bezettingsgraad van ons rollend materieel was 62 % in 2025. Hiermee voldoen wij nog niet aan onze doelstelling van >78 % – <90 % bezettingsgraad.

9.1.3 Extreme weersomstandigheden

Beschrijving van de kans

Klimaatverandering leidt tot extremere weersomstandigheden zoals veel regenval in korte duur of juist lange periodes van droogte. Deze weersomstandigheden leiden tot meer storingen. Een oorzaak kan zijn dat de huidige riolering onvoldoende capaciteit heeft om zo’n piek aan regenwater te verwerken. Ook kan de riolering schade oplopen door het verzakken, inklinken of verharden van de bodem als gevolg van droogte. En als klanten geconfronteerd worden met meer dan gebruikelijke of grotere storingen, biedt dit voor ons de kans om meer diensten te verlenen rondom preventief onderhoud en rioolrenovatie.

Mijn mensen van het adviesbureau zien steeds meer vraagstukken en opdrachten binnenkomen die te maken hebben met klimaatverandering. Zo wordt er regelmatig meegedacht hoe het toenemende hemelwater te managen om te voorkomen dat het vitale zaken in een pand aantast. Onze mensen voeren dan capaciteitsberekeningen en afvoersimulaties uit. Ook kijken we steeds vaker mee bij nieuwbouw-, verbouw- en ombouwplannen. Het startpunt van een project is altijd het in kaart brengen van het rioolstelsel want we zien maar al te vaak dat dit niet of onvolledig in kaart is gebracht.

Beleid en gestelde doelen

Omdat veel neerslag en droogte naar verwachting tot meer en grotere storingen leiden, richten wij ons beleid op het helpen van klanten om hun rioleringssystemen beter bestand te maken tegen deze veranderende omstandigheden. Onze huidige dienstverlening biedt al oplossingen voor problemen zoals piekbelasting door hevige regenval en schade door droogte. Wij bouwen daarop voort met verdere innovaties.

Wij hebben de ambitie om jaarlijks minimaal twee nieuwe diensten te ontwikkelen die klanten ondersteunen bij het toekomstbestendig maken van hun infrastructuur, bijvoorbeeld door het aanbieden van ultrasoon technologie om de toestand van een leiding te beoordelen of real time monitoring door de inzet van sensoren bij essentiële en cruciale locaties. Wij gaan met onze klanten en partners in gesprek over duurzaamheid en klimaatadaptatie om actief mee te denken over strategische keuzes om de risico’s van klimaatverandering te beperken.

Deze combinatie van vernieuwende oplossingen en verdiepende dialoog versterkt onze positie als betrouwbare partner in het omgaan met de effecten van klimaatverandering. We streven ernaar dat deze proactieve samenwerking wordt gewaardeerd met een klanttevredenheid van minimaal een 8.

Huidige praktijken en toekomstige initiatieven

Wij zetten de klant centraal door een klantgerichte cultuur te versterken. Dit doen wij door actief te luisteren naar hun wensen en verwachtingen en door ons te verdiepen in de bredere context waarin onze klanten opereren. Denk aan onderwerpen als maatschappelijke ontwikkelingen, duurzaamheid en technologische vernieuwing. Naast onze reguliere klantgesprekken organiseren wij hiervoor ook klantevenementen en klantenpanels om de dialoog te bevorderen.

Resultaten

Wij rapporteren in het duurzaamheidsverslag over 2026 voor het eerst over de resultaten.